Overtijd

Tijd is voor mij een intrigerend fenomeen dat me al sinds jaar en dag bezig houdt, dus ik ben van plan om daar met onregelmatige tussenpozen over te gaan schrijven. In mijn blog ‘opnieuw beginnen’ liet ik dat al weten. Verwacht geen ingewikkelde filosofische verhandelingen. Ik heb geen idee wat ‘tijd’ in essentie is en ben helemaal niet van plan om mijn hoofd daarover te gaan breken. Ruimte, snelheid, Einstein: allemaal veel te moeilijk! Ik wil het erover hebben dat ik tijd vaak heel verschillend ervaar. Misschien is het beter te zeggen dat ik een aantal ervaringen wil beschrijven die allemaal met tijd te maken hebben. Bijvoorbeeld de haarscherpe herinnering die me ogenblikkelijk overviel toen ik aan het onderwerp ‘tijd’ begon te denk: het verschijnsel ‘overtijd’.

OVER TIJD 1
Een weiland. Ergens. Geen idee meer waar. Maar wel: mid-zomer, helder licht, warme zon. Fris groen gras, boterbloemen, hier en daar klaver. Op afstand een bosrand. Vogelgeluiden. Insecten zoemend tussen de grassen en de bloemen. Een heldere blauwe lucht waarin witte wolken reizen als trage schepen. Lauwwarme windvlagen.
Twee jongvolwassen vrouwen in zomerjurken; beide rond de twintig. Ze zitten op de grond tegenover elkaar en hebben tasjes bij zich met wat drinken en versnaperingen. Ze zitten er al een hele poos en hebben een intensief gesprek. Voorovergebogen luisteren ze naar elkaar, geven antwoord, denken na, zeggen weer iets, luisteren, denken na. Ze lijken niets te zien van de prachtige omgeving, verdiept als ze zijn in het gesprek.  
Ik ben de ene van de twee vrouwen; tweedejaars Nederlands in Groningen. De andere is mijn vriendin; jaargenoot, geschiedenis. Ze woont naast me in het studentenhuis. We zijn even de stad uit gegaan, want er is een probleem. En niet zomaar een probleem: ze is overtijd. Al meer dan een week. De tijd laat zich voelen als een onverbiddelijke klok: een week te laat, dus…..
Dus ze begint zich zorgen te maken. Want ze wil niet zwanger zijn. Ze wil absoluut geen kind. Geen denken aan. Trouwens, ze wil de man van wie het kind zou zijn, ook niet. Ook geen denken aan.
Het is natuurlijk nog niet helemaal zeker of ze zwanger is; één week overtijd is lang, maar nog niet té lang. Hopen we. Zwangerschapstesten bestaan nog niet. Een kikkerproef kun je laten doen. Maar pas veel later. Tot die tijd is het afwachten en peentjes zweten. En rampenscenario’s uitdenken. Wat, als wél? Abortus? Maar hoe en waar? Ken je artsen die? Ken je vriendinnen die? Abortus is niet gelegaliseerd. Hoe het te zeggen tegen de vriend? Hoe gaat hij reageren? Stel je voor als hij. Of helemaal niets zeggen? Wat niet weet wat niet deert? 
We beraadslagen urenlang in het prachtige landschap van kleuren, geluiden en zoele windvlagen. Maar we merken daar niets van op. Vertrekken even bedrukt en bezorgd als we kwamen. Want er is nog niets opgelost.
Godzijdank wordt mijn vriendin een aantal dagen later gewoon ongesteld, waardoor het probleem van de ene op de andere dag de wereld uit is.  
Maar niet de herinnering aan dit gesprek. Ik kan me het weiland nog zo voor de geest halen.

Nu ik dit zo schrijf, denk ik weer aan Piet, de man die zich aanmeldde voor onze driejarige opleiding Transpersoonlijke Therapie, hoewel hij volgens zijn artsen nog maar een maand of drie te leven had vanwege een vergevorderde leverkanker. Niet erg lang dus, maar Jan en ik gunden hem ondanks dat graag een plaats in onze opleiding. We zouden wel zien hoe ver hij kwam.

Gelukkig maar, want na drie maanden was Piet nog springlevend en na nog weer eens drie maanden was hij dat nog steeds. Hij stortte zich volledig in zijn therapeutische proces en was daarnaast druk doende Boeddha-beeldjes in cement te gieten. Het was alsof hij de tijd die hem door de artsen was toegemeten, oprekte: uren werden dagen, dagen werden weken, weken werden maanden, maanden regen zich aaneen. Al die tijd bleef hij verwonderlijk vitaal en energiek. Het leek wel of de kanker was verdwenen en ik plaagde ik hem wel eens door te zeggen dat hij ver ‘overtijd’ was.

Die ‘overtijd’ duurde ongeveer twee jaar. In die periode werkte hij intensief aan zichzelf en wij, Jan en ik plus de dertien medestudenten, leefden allemaal intens met hem mee. Wat pakte hij bewonderenswaardig resoluut alle problemen aan, die om aandacht vroegen. Wat was het prachtig om te zien hoe hij stukje bij beetje in het reine kwam met alles wat hem, soms al zo lang, had dwars gezeten. Om hem vergevingsgezinder te zien worden ten opzichte van de mensen met wie hij het moeilijk had gehad. Om te zien hoeveel milder hij ging kijken naar iedereen om zich heen. Maar ook en vooral naar zichzelf. Hoe hij zichzelf uiteindelijk kon zien met de vriendelijke, liefdevolle ogen van zijn eigen hart.
In die fase van zijn proces waren er eigenlijk geen problemen meer, er viel niets meer uit te werken. Hij deelde toen alleen nog maar zijn dromen met ons. Prachtige dromen, met veel ruimte en licht, die uit een andere dimensie leken te komen. Als hij in ‘het rondje’ zijn verhaal deed, was het alsof er een leraar aan het woord was. We waren hem allemaal dankbaar voor wat hij ons leerde over deze laatste levensfase.
En toen stierf hij uiteindelijk natuurlijk toch. Maar, hoe pijnlijk ook, het was voor ons troostend te weten dat hij zich zo lang en zo goed op deze laatste stap had voorbereid. Dat hij er klaar voor was geweest.

Een aantal van zijn cementen Boeddha-beeldjes staan nog steeds bij ons in de tuin. De engel die hij speciaal voor mij maakte, heeft een heel mooi plaatsje. Piet is dan wel uit de tijd, maar in onze tuin leeft hij voort.

Foto’s: Riekje Boswijk

22 reacties op “Overtijd”

  1. In mijn tuin is Piet ook aanwezig met een Boeddha beeld dat hij voor mij maakte. Heel fijn om Piet hier terug tegen te komen door middel van jouw blog. Dank je

  2. Lieve Riekje
    Wat fijn om herinnerd te worden aan Piet. Ontroerend. In die tijd had ook ik levendige dromen en ik weet nog goed dat ik droomde over hem. Hij was gewassen en lag op bed in een hele lichte mooie kamer en zei tegen me: ik ben klaar voor mijn verkleedpartij. In die week is hij gestorven.
    Wat is tijd en ruimte…. mooi om de dag mee in te nemen. Dankjewel.
    Fijne zondag!

    1. Wat een bijzondere droom van jou! Jij voelde je ook heel erg verbonden met Piet, weet ik nog. Echt wat voor Piet, om het een ‘verkleedpartij’ te noemen. Fijne dag.

  3. Tot de zon gaat schijnen tot de beminde thuiskomt sjokt de tijd traag met zijn zakken vol verlangen

    tot het boek wordt uitgegeven tot het feest gevierd wordt verdwaalt de tijd gedachteloos in dagelijkse dromen

    en dan

    als de zon schijnt de geliefde daar is het boek uitkomt en het feest in volle gang is heeft de tijd vleugels en vervliegt hij in een ademtocht

      1. Het is mijn eigen tekst Riekje, dank je voor het compliment. Ik vergat jou te bedanken voor jouw mooie verhaal. Het resoneert!

  4. Mooi en herkenbaar. Op de opleiding leerde ik het verschil tussen Chronos en Kairos. De boeken van filosofe Joke Hermsen en de prachtige tentoonstelling ‘Tijd en eeuwigheid’ mét begeleidend boekje met enkele gedichten op bijbelpapier (!) brachten mij daar weer terug. Fascinerend en dank je wel.

    1. Mooi, dat mijn blog je weer terugbracht bij al die herinneringen aan de tijd.
      Mooie naam voor een tentoonstelling: tijd en eeuwigheid. Tijd is inderdaad fascinerend.

    1. Ik hoop dan maar dat het de warme tranen van ontroering waren, want het is natuurlijk niet mijn bedoeling om zwaarte en verdriet te zaaien.
      En inderdaad, dat gedicht van Margriet is heel er mooi!

  5. Tijd en plaats..en herinnering..
    Ik lees jouw blog,terwijl ik uitkijk vanuit mijn camper over de heuvels en zee op een camping bij Escalles.Herinnering aan die bijzondere retraites vanuit jullie mooi huis hier dichtbij. Straks weer fietsen met mijn lief door dit prachtige landschap..
    De ” beelden” in mij zijn niet stoffelijk, maar in herinnering aan jullie nu..
    Dankje Riekje voor dit mooie verhaal,wat me laat mijmeren OVER de TIJD

    1. Wat leuk dat ik zo ongeveer weet waar jouw camper staat en hoe het strand en de rotsen eruit zien op de plaats waar jij nu zit. Fijne tijd nog daar met je lief!

  6. Al enige tijd…vandaag…denk ik na over je schrijven. Sinds kort ben ik vrijwilliger op een zogenaamde PG -afdeling (psychogeriatrie) van een verpleeghuis. De bewoners zijn ‘dement’. Sommige bewoners hadden in hun ‘goede’ tijd bijzondere beroepen. Een rechter, een professor, een psychoanalyticus. Hun cognitieve vermogens zijn er niet meer. Tenminste voor anderen niet waarneembaar. Het is hen niet langer (meer) gegeven ‘in de tijd’ te zijn. Wat ik probeer is hen te (blijven) zien als zielenmens.
    Wat probeer ik hier nu mee te zeggen?
    Ik ben als vrijwilliger 20 jaar in de terminale thuiszorg ‘werkzaam’ geweest. Wat jij beschrijft herken ik. Soms leefden mensen in de terminale fase op door de liefde en aandacht die zij kregen. Wellicht leefden zij daardoor ook langer.
    Bij mensen met dementie is dat zo anders. Zij komen terecht in een verpleeghuis waarin door overbelasting van de zorgmedewerkers weinig of geen aandacht is voor ‘groei’. Wat ik soms voel is dat zij in hun onvermogen mij laten zien hoezeer zij lijden. En ja…dan heb ik soms moeite met al die mooie gedachten van je…
    Hetgeen niet wegneemt, dat ik je open hart voel.

    1. Beste Johanna, mocht je denken dat ik met mijn blog heb willen aantonen dat goede zorg en dergelijke levensverlengend is voor palliatieve patiënten, dan wil ik dat hierbij graag rechtzetten, want dat was absoluut niet mijn bedoeling.
      Ik liet me gewoon leiden door het woord ‘overtijd’. Wat Piet betreft: misschien zat zijn arts er gewoon flink naast met zijn diagnose.
      En over dementie: ik heb mijn schoonmoeder dementerend zien verkommeren in een verpleeghuis en heb gezien wat een lijden er zich in zo’n huis voltrekt.
      Voor mij is dementie een totaal andere ziekte dan een fysieke terminale ziekte als kanker. Ik zie dementie als een rampzalige ziekte die ik niemand toewens. Ik heb daar geen enkele mooie gedachte over.

  7. Dank voor je reactie waarin je vertelt dat tijd voor jou ook een geworstel is.
    Je stuurde ook een verhaal mee. Het begin daarvan vind ik heel mooi. De vondst van de doseer-spuit voor de minuten vind ik prachtig! Het hele begin is mooi geschreven en gevonden.
    Maar waar komen opeens die tralies vandaan? En hoe komt hij ineens terecht in de woestijn? Met alleen maar wat water om van te leven? Ik begrijp het echt niet. Jammer.

  8. Lieve Riekje, Als je 84 bent en relatief hartstikke gezond, ben je “overtijd”.
    Corona niets van gemerkt, maar wel gebruikt om mij te prepareren, nu “overtijd”.
    Wanneer er dan een splinternieuwe jonge Liefde al een jaar door mijn leven dartelt dan denk ik: overtijd?absoluut niet, midden in het LEVEN.
    Dank je voor dit besef, Tom

    1. Wat fantastisch dat je op jouw leeftijd nog zo stralend middenin het leven staat. Een goede vriend van ons van dezelfde leeftijd heeft kanker en wordt langzamerhand blind. Wat een verschil.
      Nu ken ik je ook als een onstuitbaar mens, dus eigenlijk verbaast het me niet. In ieder geval gun ik je al dit geluk van harte!

      1. Dank Riekje, je kent mij en ben dus blij met deze erkenning.
        Ook een 84 jarige heeft erkenning nodig om door te gaan. (bv die nieuwe LIEFDE)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *