Oekraïne en ik

Vorig week had ik een blog geschreven over het ‘innerlijk kind’ en het probleem dat ik heb met dat begrip. Ik hoefde alleen nog maar op de knop ‘publiceer’ te klikken en hij zou op de site staan. Maar toen was er de inval in Oekraïne. Die overweldigde me zo, dat mijn ‘probleem’ met het innerlijk kind me volstrekt onbelangrijk voorkwam. Dus schoof ik deze blog terzijde en probeerde ik mijn verbijstering woorden te geven. Ik zou mijn overpeinzingen over het innerlijk kind wel een week later publiceren; vandaag dus.
Maar bijna meer nog dan vorige week, lijkt het me met het oog op de rampen die zich in Oekraïne voltrekken, een volstrekt onbelangrijk verhaal. Het geweld dat dag na dag verder escaleert, de ravage, de gewonden, de doden en het lot van de vluchtelingen overschaduwen mijn leven in die zin, dat elk probleem van mijzelf daarbij vergeleken totaal in het niet valt. 

Al mijn problemen blijk ik met gemak te kunnen onderbrengen in de categorieën ‘minor problem’ of zelfs ‘no problem’. Bijvoorbeeld: we hebben dubbel glas voor de ramen van onze huiskamer laten zetten en dat werkt niet: de ramen beslaan zodra de zon erop schijnt. Dan kun je er niet meer doorheen kijken en het ziet er niet uit. We hebben al vaak zitten piekeren hoe we dit probleem moeten oplossen, maar vandaag breng ik het met gemak onder in de categorie ‘no problem’. En de flinke brandwond die ik opliep toen ik een gloeiendhete pan aanraakte, plaats ik ogenblikkelijk in de categorie ‘minor problem’. “Stelt niet veel voor in vergelijking met al die gewonden daar,” zeg ik tegen mezelf. Hetzelfde geldt voor de pijn die ik na een flinke wandeling in mijn voeten heb. “Wat denk je hoe de voeten zullen aanvoelen van al die vluchtelingen, die eindeloos veel kilometers hebben moeten lopen?” Natuurlijk, de pijn is er en de wond moet verzorgd worden, maar het zijn ‘minor problems’. Ik lees in de aankondiging van een dag in aandacht dat er dieper ingegaan zal worden op de vraag wat de zin van het leven is. “Zou je een vluchteling moeten vragen,” denk ik geïrriteerd. “Overleven natuurlijk!” Luxe probleem.

Dat zou je een positief effect kunnen noemen van de confrontatie met al deze ellende: mijn ‘problemen’ bestaan opeens niet meer. Daar komt bij dat ik de meest doodgewone dingen nu ervaar als heel bijzonder. Het is warm in de huiskamer omdat de gastoevoer het gewoon doet. Ik post een brief en ik kan er van op aan dat die de volgende dag bezorgd wordt. In de winkel is alles te koop wat ik nodig heb. In de bibliotheek staat het boek dat ik heb laten reserveren voor me klaar. De dag na carnaval rijdt er een veeg-wagentje langs het trottoir om alle confetti op te vegen. Alles werkt. Ik loop door de straat en denk: ik kan hier helemaal gerust en veilig lopen, niemand zal me aanvallen. Ik ga slapen en weet: er zullen geen bombardementen zijn. Ik voel me veilig. Dat is hier heel gewoon, maar ik ervaar het nu als een ongekende luxe.
Ik voel me dankbaarder dan ooit dat ik in deze voor ons heel gewone grote luxe leef. Tegelijkertijd confronteert het me met de enorme pijn van al die duizenden vluchtelingen die alles in de steek hebben gelaten en vraag ik me af hoe die in Nederland gehuisvest moeten worden. Er zijn al zoveel woningzoekenden, met wie ik het ook al zo te doen heb.

Iedereen is aangedaan; iedereen wil wat doen. Een vrachtwagenchauffeur zegt in een interview dat hij terugkeert naar Oekraïne om daar te gaan vechten. Ik ben tegen geweld en ik ben al helemaal tegen oorlog, maar ik zie een man die werkelijk het goede wil doen en dat is in zijn ogen: vechten voor de vrijheid. Als hem gevraagd wordt of hij zich realiseert dat hij gevaar loopt (stomme vraag trouwens), antwoordt hij: “Ik heb mijn leven geleefd,” wat impliceert dat hij zijn leven wil geven voor de vrijheid van zijn land. Ik heb er bewondering voor, maar vraag me tegelijkertijd af of hij een vrouw en kinderen heeft en hoe dit voor hen is. Hoe is het als je zoon, man, vader een geweer pakt, een kogelvrij vest aantrekt en naar het front vertrekt? Het lijkt me ondragelijk. En het is tegelijkertijd prachtig, om trots op te zijn.

Maar een oorlog zal nooit een uiteindelijke oplossing bieden, omdat een oorlog nooit eindigt, ook niet als een van beide partijen zich heeft overgegeven. Geweld roept altijd tegengeweld op; wraak. Is het niet direct, dan wel later, eventueel jaren later. 
De Dalaï Lama schreef in de laatste nieuwsbrief van Lion’s Roar dat oorlog ‘uit de tijd’ is en dat er onderhandeld moet worden. Ik ben het van harte met hem eens, maar hoe onderhandel je met iemand die totaal losgezongen van de realiteit zijn eigen waanbeelden lijkt na te streven? De Russen vielen een kern-centrale aan. Je houdt het niet voor mogelijk. Er zijn nog drie kerncentrales in Oekraïne. Even vlamt er een felle angst in me op. Ik kalmeer mezelf door naar een strijkkwartet te luisteren op radio 4. Speelde er ooit niet ook zo’n strijkje op de Titanic?

Het zijn verwarrende en angstige tijden. Hoe nu verder? Wat staat ons te wachten? Wat te doen? Hierover nadenkend schiet me een verhaal te binnen dat ik las in een nieuwsbrief op de site van Ai-opener. Ik citeer het hieronder enigszins gewijzigd.


“Hoe weet ik wat ik moet doen?” vroeg een koning zich af. “En als ik dat al weet, met welke mensen moet ik dat dan doen, en wanneer?” Geen van zijn raadsheren kwam met een antwoord dat hem rust gaf. Een van de schoonmakers aan het hof hoorde de koning mopperen en morren. Hij schuifelde al vegend naar de troon en fluisterde de koning toe: “Ze zeggen dat er een boer is in Tobolsk die het antwoord weet op uw vragen…” De koning ging op weg en kwam na een lange reis aan bij het land van de boer. Hij stelde vol ongeduld zijn vragen, maar de boer was niet onder de indruk. Niet van de koning en niet van zijn vragen. Hij humde wat en ging door met ploegen. Kwaad riep de koning: “Weet je wel tegen wie je spreekt? Ik ben de koning nota bene!” Ook dit maakte geen indruk op de boer, die doorging met zijn werk. Daar stonden ze: de koning met zijn onmacht en de boer met zijn ploeg.
Op dat moment wankelde een zwaargewonde man het veld op. Voor de ploeg stortte hij in elkaar. De boer zei tegen de koning: “Help me om deze man naar mijn hut te dragen.” “Zul je me dan antwoord geven?” vroeg de koning. Zijn ongeduld was blijkbaar moeilijker te verdragen dan de aanblik van een man met gapende wonden. Met een zucht antwoordde de boer: ”Straks…” waarna ze samen de man naar de hut brachten en daar zijn wonden verzorgden. “Nou, nu dan! Geef je me nu antwoord op mijn vragen?” vroeg de koning toen de man in slaap gevallen was en de geur van de zwarte thee de hut vulde. “Je kunt naar huis,” zei de boer, “Je hebt je antwoorden.
Wat te doen? Wat op je weg komt.
Met wie? Met de mensen die er dan zijn.
Wanneer? Op het moment dat het zich voordoet.”

Intussen denk ik erover na om mijn workshop ‘Omgaan met boosheid’ weer te gaan geven. Een beetje zicht op het ontstaan van boosheid en hoe ermee om te gaan, lijkt me wel zinnig in deze tijden. Alles voor de vrede.




https://www.lionsroar.com/dalai-lama-shares-statement-on-russian-invasion-of-ukraine/?goal=0_1988ee44b2-6af9187a36-24744239&mc_cid=6af9187a36&mc_eid=2d1ce3ad8f

26 reacties op “Oekraïne en ik”

  1. Beste Riekje. Vorige week zondag was voor mij de laatste dag van een vijfdaagse de zen-retraîte bij De Noorderpoort in Wapserveen. Alle dagen hadden we in stilte doorgebracht, we hoorden we tijdens de Dharma-talk op donderdag dat Rusland Oekraïne was binnengevallen, onwerkelijk en onvoorstelbaar. Omdat ik daar het nieuws niet volgde gaf het een erg ongemakkelijk gevoel. Tegelijkertijd, en dat gaf jij vorige week ook mooi aan in je blog, kwam ik door het vele mediteren steeds in een andere dimensie. Het bracht me uiteindelijk rust, licht- en helderheid.
    Eén van de deelneemsters, de Poolse Katia bracht ik na afloop naar de trein. Je kunt je voorstellen hoe ongerust zij was voor haar familie en vrienden in Polen en Oekraïne. Afgelopen week heb ik nog regelmatig aan haar gedacht en kwam ook het nieuws keihard binnen. Wat een vreselijke ellende…..
    Heel fijn om jouw blog te lezen, je geeft woorden aan datgene waar ik soms de woorden niet voor kan vinden. Dankjewel en lieve groet, Alice

    1. Ja, ik voel ook altijd heel erg mee met mensen die nog familieleden hebben in oorlogsgebieden. Wat moet het voor hen ondragelijk zijn om te weten wat daar gebeurt en hier niets te kunnen doen. Niet te verdragen.

  2. Prachtig blog Riekje. Inspireert om dankbaar ipv angstig te zijn. Workshop omgaan met boosheid: doen! Je helpt daar heel veel mensen mee.
    Liefs

    Nicole

    1. Het is en blijft heel erg spannend wat er gebeurt, maar ik probeer zo goed en zo kwaad als het kan om in het hier en nu te blijven en intussen te doen wat ik kan.

  3. Lieve Riekje,
    Zo herkenbaar. Maarlaten we vooral de rust en vrede in onszelf voeden en bewaren.
    Alles wat we aandacht geven groeit, dus zo belangrijk waar we onze aandacht aan geven.
    Dank ook voor het verhaal van de koning. Liefs,
    Heleen.

  4. Lieve Riekje,
    Je reactie (en van al die andere mensen die zo geschokt reageren) vorige week maakte mij boos. Pas vanochtend werd mij helder waarop ik boos ben. Ik ben boos op de naïviteit. Ik voelde hetzelfde toen ik John de Mol hoorde reageren op de verhalen van misbruikte meisjes. En op hoe docenten in een documentaire reageerde toen ze geïnterviewd werden over een oud leerling die nu zelfmoord had gepleegd na jarenlang gepest te zijn.
    Mijn eerste reactie is: had al die energie die je nu legt in emoties van geschoktheid toen maar gebruikt om het gevaar (mensen met destructief gedrag) te signaleren en ze gestopt.
    Ik snapte gewoon niet hoe het kan dat mensen zo blind/naïef zijn. Maar door jouw verhaal van vanochtend werd mij iets helder. Net zoals de amygdala (rookmelder in onze hersenen) bij mensen met PTSS te snel afgaat (zodat ze in een defensieve reactie schieten terwijl de ander het goede met ze voor heeft), gaat die volgens mij bij mensen die heel veilig zijn opgegroeid niet snel genoeg af; ze herkennen mensen met destructief gedrag niet snel genoeg en/of ze herkennen signalen van slachtoffers van destructief gedrag niet. Of misschien herkennen ze het wel, maar ze blijven te lang denken of hopen dat het vanzelf wel overgaat? Dat de gevolgen van dat gedrag wel meevallen? Of dat met een heleboel praten en (liefdevol) proberen ze wel tot inkeer komen? Of dat het gevaar ver genoeg weg is dat ze er zelf geen last van hebben?

    Mocht je dus je training omgaan met boosheid gaan geven, dan hoop ik dat je aandacht besteed aan hoe je destructief gedrag herkent en dan aan hoe je dat stopt.
    Ik heb heel veel geleerd van cliënten die jarenlang hebben geleefd met een narcistische of psychopatische ouder of partner. Wat ze ook geprobeerd hebben, het is ze nooit gelukt door te dringen tot het hart van diegene. Ik denk dat je moet accepteren dat er mensen zijn die zo verwond zijn dat ze de capaciteit voor zelfreflectie niet hebben en ook niet meer krijgen. Ik moet denken aan een 2 jarig kind met een driftbui. Dan moet je moet je rustig blijven, en het heel stevig vasthouden. Praten heeft totaal geen zin, je kunt ze in die staat niet bereiken.
    Met volwassene is er volgens mij geen andere mogelijkheid dan ze op te sluiten. Ze afsnijden van de mogelijkheid anderen te misbruiken, medestanders te verzamelen (mensen die niet tegen ze ingaan uit angst en/of vanuit de verwachting mee te profiteren van de machtspositie) en toegang tot wapens. En hoe langer je hiermee wacht, hoe moeilijker het is ze te pakken te krijgen. Vroege signalering is dus essentieel. En de realisatie dat de globalisatie nu zover is dat er nergens meer een veilige plek is om heen te vluchten (kernbommen). En tenslotte om manieren te verzinnen om mensen, ook al wonen ze in een ver land, te stoppen door ze op te sluiten.
    Als ze eenmaal ergens zijn waar ze geen kwaad meer kunnen, zou je nog kunnen proberen toch hun hart te bereiken. Misschien als ze maar geïsoleerd genoeg zijn, dat dat iemand met genoeg empathie die zich niet van zijn stuk last brengen zou lukken.

    1. Dankjewel voor je uitgebreide reactie.
      Ik denk, dat je mijn vorige blog verkeerd hebt begrepen. Het enige wat ik daarin wilde laten zien, was dat ik even in een andere dimensie terechtkwam tijdens mijn meditatie. De bij vertegenwoordigde de aarde en de prachtige natuur, die er altijd is. Ook, als er in de andere dimensie een oorlog wordt gevoerd. Je zou het de Absolute werkelijkheid naast de Relatieve werkelijkheid kunnen noemen.
      Binnen de relatieve werkelijkheid speelt zich van alles af en bestaan er mensen zoals Poetin. Maar daar ging die blog niet over. Het ging alleen over het diepe verdriet dat ik voelde toen ik zag hoe zoiets moois wordt vernield door zoiets lelijks.

      De blog van deze week ging over mijn reactie op wat er nu gaande is in de wereld. En dan nog ging het niet speciaal over Poetin, maar over de gevolgen van diens daden. Natuurlijk zie ik dat Poetin een despoot is. Natuurlijk heb ik gezien hoe Rusland is veranderd in een dictatuur. Ik ben er vanaf het aanleggen van de oliepijpleiding altijd op tegen geweest om ons afhankelijk te maken van iemand als Poetin. Maar wie ben ik in dit spel van grootmachten? Ik kan hooguit op de juiste partij stemmen.
      En wat die workshop betreft: ik heb het daarin alleen maar over gewone huis- tuin- en keuken-woede die ieder mens van tijd tijd bevliegt en hoe je daar het beste mee kunt omgaan bij jezelf en de ander. Extreme vormen van woede, drift en destructief gedrag behandel ik daar niet. Een workshop van twee dagdelen daarvoor veel kort. Hopelijk heb ik hiermee iets opgehelderd.

  5. Precies, goed doen in je eigen omgeving. Meer kan ik ook niet verzinnen. Een verlies lijden is overal en altijd erg. Dus laten we steunen en helpen waar we dat kunnen. En solidair zijn.

  6. Ja Riekje , je verbijstering snap ik helemaal. Ook al ben ik hier in China verder weg, ik ben er telkens mee bezig. Zo had ik zaterdag een oefendag voor startende trainers. Ik had er geen zin in na al die oorlogsberichten. En toen keek ik nog weer naar de onderwerpen waar mensen mee wilden oefenen: geweldloze communicatie, aanmoediging van kinderen in waar ze goed in zijn en het herkennen van “gif” in relaties en het tegengif. Ja, toen wist ik weer: we hebben goede mensen/trainers nodig om de zaden van haat die nu geplant worden, tegen te gaan.

    1. Oh, geweldig: geweldloze communicatie. Prima richting! Mooi, om dat in China binnen te brengen. En gif en tegengif herkennen in relaties is ook een prima onderwerp. Mooie zaden om te planten!

  7. 10 mei 1940: 2-en- een-half was ik, mijn eerste herinnering: bussen reden langs, “wat zijn dat moeder?”
    “Duitsers jongen”. Haar angst drong van achteren mijn hart in.
    Toen de klokken een kwartier luidden voor Oekraïne begon ik te huilen. Het stopte 20 minuten later.
    Dank voor de uitwisseling Riekje.

    1. Ik vond het luiden van die kerkklokken ook heel indrukwekkend.
      Het klinkt ook een beetje alsof je nog voor het kleine kind dat je was, hebt gehuild. En voor alle kinderen die nu moeten vluchten. Ik vind het zo erg; al die
      lieve onschuldige kindertjes die deze ramp in worden gezogen.

  8. Lieve Riekje, dank voor je woorden. Ze raken diep. Met al het licht van de laatste dagen is het donker zo schrijnend.

  9. Lieve Riekje,
    Jouw tekst, verhaaltje en met name die prachtige koormuziek van Paul Millier brachten mij ( gisteren) ertoe om iets van en voor mezelf op te schrijven, Ik doe dit wel vaker, maar deze keer was jouw stuk de aanleiding. Daarom stuur ik dit als reactie.
    Bedankt voor jouw tekst en je mooie muziekkeuze.
    Hartgroet, Huub

    Machteloos

    Eerste maandag van iedere maand,
    gaat in mijn stad de alarmsirene af
    ’t Is slechts een test.
    Vandaag hoor ik op TV ook alarmsirenes, die niet meer ophouden.
    Het geluid word alleen overstemd door geschreeuw en geroep om hulp.
    ik zie groepen mensen vluchten en huilen,
    moeders met een baby in de linkerarm, een kind aan de rechterhand.
    Ik word geraakt, mijn hart versnelt.
    Het is oorlog; ik voel oorlogspijn.

    Ik luister naar het Ëstonian Philharmonic Choir van Paul Millier.
    Ik sluit mijn ogen en luister…luister…

    Ik ben terug in vroeger
    toen ik nog een peuter was.
    Op een matrasje van stro
    in een hoek van oma’s kelder,
    omhelsde ik mezelf, als troost
    en kneep mijn oogjes dicht.
    Op mijn gefluister: “ k heb honger”
    hoor ik mijn moeder zeggen:
    “hij droomt, hij praat in zijn slaap!”
    Ik kneep mijn oogjes nog sterker dicht.
    Er was geen brood meer!

    Nu, tachtig jaar later schilder ik,
    uit angst en machteloze woede,
    een brandende aarde,
    die zichzelf vernietigd
    met daarnaast in pastel tinten
    een jacobsladder.
    Omdat,
    zonder hoop en verlangen,
    geen toekomst mogelijk is.

    Zo hou ik, ook nu, mezelf vast
    In angst, pijn en machteloosheid.

    Huub Manderveld 7 maart 2022

    1. Heel veel dank voor het delen van je pijnlijke oorlogs-herinneringen in dit aangrijpende gedicht. Wat een pijnlijk beeld van dat eenzame kindje. Wat jammer dat je zo alleen lag. En wat mooi, dat je jezelf nu wel vast kunt houden. Ik hoop van harte dat die Jacobsladder als beeld van hoop en verlangen, je in deze moeilijke tijden ook kan steunen. Houd moed!

  10. Ooit heb ik ervoor gekozen om geen nieuws via een dagblad en tv binnen te laten komen. Soms voel ik me schuldig. Meestal niet. Ik heb altijd gedacht dat ik klaar zou staan voor vluchtelingen, mocht de situatie zich voordoen. Dus niet.

    1. Ja, een mens kan zichzelf nooit voorspellen. Het is van belang om niet over je grenzen te gaan en voor ieder mens liggen de grenzen weer anders. Voel je niet schuldig, maar doe wat in je vermogen ligt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *