Het nonnetje

Zou zij er iets mee te maken hebben? Wie? Dat nonnetje. Dat onooglijke, kleine nonnetje in haar donkerbruine habijt. Ze dook opeens op en ik schilderde haar voor de eerste keer ergens in 1979. 
Hoewel, opeens? Ze was er eigenlijk al veel eerder. Want was zij het niet, die zo geïnteresseerd was in alles wat maar te maken had met kloosters, nonnen, monniken en mystiek, toen ik Nederlands studeerde en de literatuur uit de Middeleeuwen in het eerste jaar werd behandeld? En was zij het niet die aan de lippen hing van juffrouw Wiersema, die in een serie colleges het ridder-epos de Walewein duidde als een mystieke ontwikkelingsweg?

Ik weet wel zeker dat zij het was. Ze was er toen ook al. Alleen liet ze zich in die tijd nog niet zien. Logisch; de omgeving waarin ik me toen bewoog was haar niet erg gezind. In die wereld van wetenschap, kunst, feminisme en politiek activisme durfde zij zich niet te vertonen. Ze zou ook niet zijn gezien. Niet opgemerkt. En zeker niet begrepen. Ook niet door mezelf trouwens.
Geen nood. Ze vestigde zich ondergronds en wachtte rustig af. Een goede non kan dat. Tijd is niet zo’n ding voor een non. Geduld is gemakkelijk op te brengen.

Tot 1979. Toen dook ze op in haar menselijke gestalte en schilderde ik haar. Zomaar, zonder er bij na te denken. Op een plankje dat Jan had laten liggen nadat hij een kast had getimmerd. Om precies te zijn: op twee plankjes die ik aan elkaar vastspijkerde. Heel primitief. 

Daar stond ze dan. Stil en eenzaam, in een leeg landschap. De voetjes keurig naast elkaar, de handjes eerbiedig tegen elkaar, naar boven geopend, als wilde ze het licht ontvangen dat boven haar wervelend aanwezig was. Hoe onverwacht ze ook was gekomen, ik wist zeker dat ze het was.

Ik wist ook, dat ze zich alleen voelde. Dus ik gaf haar op een tweede plankje een metgezel: haar overleden vader. Ik schilderde hem in de gedaante van een boom en ik gaf door middel van alle lichtstreepjes in de bovenste bladeren van de kroon aan, dat hij deel was van het licht. 
Het licht, dat op het eerste plankje bijna dreigend boven haar rondwervelde, was (daardoor?) veel rustiger, milder, bijna beschermend aanwezig.
Daar staat ze dan. Eén hand nog steeds geopend naar boven, de andere tegen de stam van de boom. Ze staat heel rustig en stevig.

Maar nu het andere deel van de vraag. Zou ze er iets mee te maken hebben? Waarmee? Waarmee zou ze te maken kunnen hebben?
Met mijn neiging om me keer op keer terug te trekken uit de dag-dagelijkse wereld. 
Al van jongs af aan deed ik dat. 
Als kind trok ik me al regelmatig terug om in alle rust puzzels te maken, als tiener trok ik me terug en schreef verhalen en dagboeken. Die dagboeken vormden in mijn studie- en jong volwassen-tijd een onmisbare plaats voor expressie. Zonder enige terughouding schreef ik al mijn gedachten en emoties er in op. Ik heb wat gehuild en gescholden in die dagboeken….! Maar juist daardoor; door al die emoties de vrije loop te laten, kreeg ik op den duur meer en meer contact met een ruimere dimensie die onder of achter al die emoties bleek te liggen. Een plaats van rust, stilte, vrede, inzicht. ‘De plaats van de witte woorden’ noemde ik dat toen.
Daar was het dat nonnetje om te doen, om die ruimere dimensie van waaruit in alle rust gekeken kan worden naar wat er zich allemaal afspeelt in mezelf en in de wereld. Daar wilde ze me hebben. Daar trok ze me naar toe. Al dat steeds weer afzonderen, al dat schrijven, mediteren, innerlijk onderzoeken en overpeinzen; zíj was het die me daartoe aanzette. Zij trok me terug uit de wereld naar haar plek: mijn innerlijke wereld; mijn eigen planeet. Zij had er niet iets, ze had er álles mee te maken.

En zie haar eens zitten. Op haar kleine planeetje. Onder haar boom. Met die mooie grijswitte duif boven haar.

Onafgebroken zit ze daar. In alle rust. Ook, als ik me weer eens druk maak over van alles en nog wat en verdwaasd heen en weer draaf ‘omdat er weer zoveel te doen is en het allemaal nog niet af is.’ Ook dan zit ze daar. En wacht. Tot ik me met haar vereenzelvig. In alle rust wacht ze, want ja, ze heeft geduld. En tijd. Ze heeft de eeuwigheid.

40 reacties op “Het nonnetje”

    1. Ha Kaltoum, je reageerde op mijn blog, maar om de een of andere reden staat er niets. Er is kennelijk iets fout gegaan. Zou je nog een keer willen reageren? Ik ben erg benieuwd naar wat je wilt zeggen.

    1. Ha Liesbeth, ook bij jou was er, net als bij Kaltoum, niets te lezen, terwijl ik verwacht dat je wel iets hebt te zeggen. Zou je nog een keer willen reageren? Ik wil je reactie niet missen.

    2. Zo bijzonder en precies het beeld van het nonnetje. Prachtig dat ze er altijd is en dat jij dat al zo lang weet. Ik ben nu op Vlieland, dat maakt het contact met de ruimte en stilte in me erg soepel en vanzelfsprekend en ook dat begon in mijn vroege jaren

      1. Ja, kinderen weten gewoon nog waar ze vandaan komen en willen dat graag voelen. Ik schaam me er nog steeds voor dat ik onze oudste dochter wel eens verwijtend toeriep: “Dóe toch eens wat!” als ze weer eens een hele poos rustig zat niks te doen.

    1. Jij was de derde die reageerde en terwijl de eerste twee reacties geen inhoud weergaven, staat er bij jou alleen het woord ‘kippenvel’. Ik kan me niet voorstellen dat dat het enige is wat je wilde zeggen. Omdat de reactie van Crien na jou wél helemaal goed door is gekomen denk ik dat er iets fout zat, wat intussen is hersteld. Wil je nog een keer reageren? Ik ben benieuwd naar wat je te zeggen hebt.

      1. Goedemorgen Riekje.
        Eerlijk gezegd dacht ik nu juist; hoe minder woorden ik gebruik, hoe krachtiger ik mijn gevoel kan overbrengen. En kippenvel was wat ik voelde.
        Ik denk voornamelijk door de sterke herkenning. Ik heb die behoefte en de sterke drang om regelmatig terug te trekken, het mystieke gevoel en de rust en vertrouwen die eruit voortvloeien zelf nooit in verband gebracht met een non of het christendom. Dat vind ik mooi en een soort van lief; iets echt Riekje-eigen denk ik.
        Een tijdje geleden zei je dat je het ervaren op verschillende niveaus ook duidelijk herkent, maar er nog geen goede woorden of vorm voor had om erover te schrijven. Nu heb je hele mooie en heldere woorden gevonden; dat geeft mij een heel blij en ontroerd gevoel, een soort “hèhè, ik heb soortgenoten” gevoel.

        1. Dankjewel voor je toelichting. Dom van me, om het woord ‘kippenvel’ niet te vertrouwen als reactie.
          Ik ben met je eens dat de de neiging om terug betrekken in principe niet perse verbonden is met het christendom. Voor mij is het nonnetje een symbool. Maar dan nog kun je je afvragen waarom ik dat symbool kies.
          Fijn, om me ‘soortgenoot’ te voelen met je.

  1. Je blogje raakt me diep in mijn hart en ziel. Want zo herkenbaar…. Omwille van mijn handicap zei mijn vader ook altijd je kunt nog altijd nonnetje worden 🙂 . Zijn goede raad heb ik in de wind geslagen en ben ondertussen oma van vijf kleinkinderen :).
    Dit facet van mijn persoonlijkheid dat vanuit een dieper bewustzijn zijn voeding vind is zo vertrouwd met jou beeld.
    Dank om dit te delen , hierdoor wordt dit deel van mij terug belicht .

    1. Wat zeg je dat mooi: “dit facet van mijn persoonlijkheid dat vanuit een dieper bewustzijn zijn voeding vindt.” Want zo ervaar ik het ook. Toch ook mysterieus, dat diepere bewustzijn.

  2. Lieve Riekje. Je verhaal raakt me. Vorige week zondag overleed plots de tweede broer van mijn man, op 59 jarige leeftijd. Tussen het regelen, ongeloof, verdriet en ‘verdwaasd heen en weer draven’ kwam bij mij heel helder naar voren dat het voor mij tijd wordt om het beeldhouwen weer op te pakken. Tijdens het tuinieren, beeldhouwen en ook tijdens retraîtes ontmoet ik haar en vind ik mezelf terug.

    1. Gecondoleerd met dit verlies. Wat jong nog en ik begrijp totaal onverwacht. Moeilijk om te verwerken.
      Maar wat bijzonder, dat je die ingeving zo helder kreeg tussen al het regelen en doen door. Maar ook weer heel begrijpelijk, want je was op een heel existentieel niveau bezig; de dood tilt ons uit het ‘gewone’ bestaan. Ik hoop dat het je lukt om tijd voor haar te maken.

  3. Erg mooi en veel herkenning. Eerlijk gezegd vind ik het ook moeilijk om onder woorden te brengen wat ik precies zo mooi vind. Ik vind vooral veel herkenning in wat je schrijft over het je regelmatig terugtrekken als kind, het schrijven van verhalen en je emoties uiten in je dagboek. Vooral het uiten van boosheid deed me glimlachen 🙂 en de gedachte van Hey dat deed ik ook. En nog steeds doe ik dat soms. Wat een opluchting en ruimte geeft het…

    1. Ja, het schrijven van dat dagboek is voor mij heel erg belangrijk geweest. Van levensbelang mag ik wel zeggen. Klopt, dat het veel opluchting en ruimte geeft als je een beetje afreageert. Alsof je daarna weer met een schone lei verder kunt.
      En door na een paar dagen terug te lezen wat ik had geschreven, leerde ik ook om mijn reacties te relativeren. Waar ik de ene dag nog een drama over had gemaakt, bleek een paar dagen later helemaal niet zo belangrijk te zijn.

  4. Lieve Riekje,

    Ik hou heel erg van beelden en afbeeldingen van ‘nonnetjes’. Door je blog valt bij mij het kwartje, het is een weerspiegeling van mijn innerlijke ‘nonnetje ‘. Je woorden brengen haar aan het licht. Dank voor de woorden én beelden.
    Liefs Loes.

    1. Grappig dat dat nonnetje van mij zoveel andere nonnetjes naar het licht haalt.
      Laten we gezellig met zijn allen naar het klooster gaan!
      Ik betrap me erop dat ik dat nu wel zo grappend zeg, maar dat het meer is dan een grapje. Ik voel een soort innerlijke verwantschap, die me dankbaar stemt.

  5. Lieve Riekje,

    Wat mooi! Wat een prachtig inkijkje in je leven! Dank je wel.
    Voor mij staat er heel veel dat meer tijd vraagt om te herlezen.
    Ik ben gebiologeerd geraakt door de tekeningen erbij!
    Heb je die ooi eerder gebruikt in je boeken ? Zo mooi en liefdevol ģetekend.
    Thanks you so much!

    1. Nee, dit hele persoonlijke innerlijke gebied heb ik in geen van mijn boeken zo direct laten zien. Wel zijn al mijn theorieën hierop gebaseerd. Maar het nonnetje zelf heb ik nooit laten zien.

  6. Wat een mooi beeld. Een nonnetje dat wacht.
    Door een NAH word ik regelmatig gedwongen om mij terug te trekken van alle prikkels die soms overweldigend zijn. Wat eerst als een handicap aanvoelde is nu een geschenk om de stille plek in mijzelf te voelen en gewoon te zijn.

    1. Wat mooi, dat je je ‘handicap’ kunt ervaren als een geschenk. Eerlijk gezegd geef ikzelf vaak veel te weinig aandacht aan mijn behoefte om naar binnen te keren. Ik mis daardoor veel ‘zijns-tijd’.

  7. Jacqueline Schoenmakers

    Heel mooi, Riekje, alleen van het lezen al word ik rustig. En die 3e schildering, op haar eigen planeetje. Heel erg leuk en mooi! Dat zou ik wel boven mijn bed willen hebben hangen…

  8. Lieve Riekje,
    Ja, ook ik ben ergens een nonnetje, altijd eigenlijk al. Jouw mooie blog van vandaag bracht me terug naar vroeger. In ons grote gezin trok ik me regelmatig terug met mijn blokfluit om mijn eigen gevoelens te verklanken. En het klooosterleven heeft me altijd zeer aangetrokken. Dat leek me zoveel makkelijker dan IN de wereld zijn. Maar mijn levenspad liep anders, en voor mij ook leerzamer, denk ik. Maar meditatie blijft een noodzaak voor mij. (je derde nonnetje) En die grijze duiven, die worden we vanzelf als we tijd van leven krijgen.
    Die boom. je Vader. als lichtdrager en steungever, is een prachtig beeld. Ik ervaar ook steeds meer de steun van allen. die al naar het Licht zijn gereisd. Ale oermoeders en zusters . (ook vaders en broeders hoor) .
    Dank je wel weer Riekje.

    1. Ik heb een keer een non in therapie gehad en van haar heb ik geleerd dat de confrontatie met het eigen imperfecte innerlijk ook in kloosters niet gemakkelijk is. Ook conflicten en wrijving tussen verschillende persoonlijkheden deden zich voor. De weg naar binnen leek daardoor heel veel op de weg zoals die in het ‘gewone’ leven wordt afgelegd.
      Ja, al die al overleden voorgangers; ze zijn er nog altijd. Mooi, om ze lichtdragers te noemen.

  9. wat mooi Riekje en -ook voor mij- wat herkenbaar. Als kind onder de eettafel bekeek ik alles van achter het afhangende tafelkleed. Of in een hoekje van achter de gordijnen. Nog steeds als ik in een druk gezelschap ben of op een feestje loop ik vaak stiekem naar buiten om even alleen te zijn en stil. Veel mensen kennen dat niet van mij en/of geloven het niet. ik heb ook een enorme dosis energie en kan eindeloos draven, sociaal en actief zijn. Maar wat was het heerlijk toen ik een aantal maanden in een klooster op een eiland in Schotland mocht wonen. En toen ik in mijn eentje twee weken gelopen heb in de Pyreneeën. Dit jaar mocht ik drie maanden op Ameland wonen, in een huisje temidden van strand, zee en duinen. Ik zeg weleens verontschuldigend ‘ik ben een soort monnik..’ Dat klopt dus niet want ik ben een meisje. Nog een nonnetje dus.. Lieve groet, Nelleke

    1. Jeetje dat klinkt heel mooi; een verblijf in een klooster op een eiland in Schotland, twee weken in je eentje lopen in de Pyreneeën en drie maanden in een huisje op Ameland. Geweldig!
      Opmerkelijk, die nonnen-kant in je. Die ken ik eigenlijk niet, want als we elkaar tegenkomen, kletsen we elkaar de oren van het hoofd….!

  10. Ooo wat mooi Riekje, en bevestigend…….zo’n herkenning…..
    Doet me denken aan de monnik, die iedere dag in de spiegel zichzelf vraagt : ” ben je wakker, meester? Antwoord: “Ja!” “Laat je door niets of niemand afleiden vandaag!”
    Dankjewel!!!!!

  11. Dit keer, lieve Riekje, omsloten mijn ogen de schoonheid van je beelden.
    Dit keer was ik, hoe kort ook, even in de wereld waarin een mooi boek me kan brengen. Alhoewel er veel herkenning voor me in je tekst zit voel ik dit keer niet de behoefte om daarop te reageren: ik herlees wat je geschreven hebt zittend op mijn kussentje als een geleide meditatie.
    Als ik opsta is er de glimlach die Thay zo belangrijk vindt, gaat het lopen vertraagd in the present, beautiful moment.

    Dank

    Elma

  12. Om 9 uur belde ik aan. Je deed open en zei: Jan ligt met 39,5 in bed. “Ik heb geen zin om met je te praten zit net lekker te schrijven”. Ik zei: “Wil niet met jou praten, maar met Jan”. wij keken elkaar nog 22 seconden aan en jij zei: “als jij koffie zet haal ik mijn sigaretten”.
    Er volgde een prachtige sessie die ik nog compleet in beeld heb. Een sessie waarin ik met mijn overleden moeder geheel in het reine gekomen ben. Lief nonnetje, wil ik het nog voor je opschrijven? Uiteindelijk was mijn moeder een 8-jarig meisje in witte jurk met blauw lint en hoedje op, Zij bood mij een witte roos aan. enz, enz. Dank je wel voor toen Nonnetje

    1. Jeetje, ik word hier een beetje verlegen van. Ook al, omdat ik het me niet meer herinner. Wel gek, dat begin met een zieke Jan en ikzelf, die helemaal geen zin heeft, maar op koffie en sigaretten aan het werk ga.
      Maar wat mooi, een meisje van 8 die jou een witte roos aanbiedt. Dat moet een belangrijke sessie zijn geweest voor je.
      Het nonnetje heeft jouw dank aanvaard met een vriendelijke glimlach.

  13. Pingback: De zoektocht – Riekje Boswijk

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *