De paardenbloem

Hoe oud ik was herinner ik me niet meer exact. Ik kan in ieder geval nog geen negen zijn geweest, want ik had nog niet zelf een fiets. Ik zat achterop bij mijn oudere zusje, toen we die middag bloemen gingen plukken in het grasveldje bij het rusthuis Thabor, aan de rand van Sneek.
Dat deden we wel vaker. We plukten dan vooral madeliefjes, omdat je daar mooie kettingen van kon maken. Dat was een heel secuur prutswerkje: je maakte met je nagel een piepklein gaatje in het stengeltje van een madeliefje, waar je heel voorzichtig het stengeltje van een ander madeliefje doorheen wurmde, waar je ook weer een gaatje in maakte, zodat je daar ook weer een stengeltje doorheen kon prutsen, enzovoort. Met onze behendige vingertjes en een beetje geduld lukte het ons altijd. We maakten vaak lange kettingen terwijl we ons koesterden in de zon en gezellig met elkaar babbelden.

Maar die middag zit ik alleen. Mijn zusje is met haar vriendinnetje verderop gelopen en ik ben blijven zitten in het veldje, temidden van alle grassen met hun bloeiende pluimen, de madeliefjes en de paardenbloemen. Want die staan er ook; paardenbloemen. Die plukken we trouwens nooit. Mijn moeder wil liever niet dat we ze plukken, omdat er wit, melkachtig vocht uit de stengels druipt als je ze afplukt en dat geeft hele vieze vlekken in je kleren, die zij er met de hand uit moet boenen, want we hebben geen wasmachine. “Paardebloemen zijn vieze bloemen,” zegt ze, “pluk die maar niet.” Dus dat doen we ook niet. Wij vinden ze bovendien ook heel erg lelijk. Ze zijn zo groot en grof vergeleken met de fijnzinnige madeliefjes.

Ik zit een hele poos alleen, maar ik ga niet naar de anderen, want ik vind het wel prettig, zo alleen. Het is bijna helemaal stil. De hoge bomen aan de rand van het veldje ruisen. Hier en daar klinken wat vogelgeluiden. Ver weg hoor ik mijn zusje babbelen met haar vriendin. Heel in de verte is een auto hoorbaar. Een dikke hommel zoemt traag langs. Ik zit lekker warm in de zon en strijk met mijn handen lichtjes over de grassen met hun pluimen. Ik maak langzame, ritmische, cirkelende bewegingen en voel de graspluimen kriebelen in mijn handpalmen; een heel prettig gevoel. Ik word er een beetje doezelig van. 
En dan pluk ik, na een lange aarzeling, de paardebloem af die vlak naast me staat. Ik weet dat ik iets doe wat eigenlijk niet mag, maar ik doe het toch, want ik wil hem eens goed bekijken. Ik heb nog nooit echt naar een paardenbloem gekeken, bedenk ik me. Hoe ziet een paardenbloem er eigenlijk uit?
Een poosje zit ik in alle stille rust te kijken. Ik houd de bloem een beetje van me af, zodat er geen vocht op mijn kleren kan druppelen en draai hem gedachteloos rond tussen mijn vingers. Ik kijk en ik kijk en dan opeens schrik ik klaarwakker, want plotseling is het alsof ik licht zie stromen door de kelkblaadjes. Die ontelbaar vele smalle gouden lintjes; het lijken wel zonnestralen. Mijn mond valt open van verbazing. Wat is dit mooi! Zo ziet een paardenbloem er dus uit. Ik heb dit nooit zo gezien. Ik houd geen bloem, maar een kleine zon in mijn hand!

Ik heb geen idee hoe lang ik heb zitten kijken. Een kleine eeuwigheid. Maar dan schrik ik weer terug in de tijd, want er overvalt me een vreemd besef. “Ik heb paardenbloemen altijd lelijk gevonden omdat ze me hebben verteld dat ze lelijk zijn. Maar dat is dus helemaal niet waar. Ze zijn prachtig!” En meteen daarna: “Ik heb dus altijd gezien wat zij me hebben aangepraat. Wat hebben ze me allemaal wel niet wijs gemaakt? Hoe heb ik de wereld leren zien?” 

En dan komt mijn zusje er aan met het vriendinnetje. Ze ziet me zitten met de paardenbloem in mijn hand. “He bah, heb je nu toch zo’n vieze bloem geplukt?” zegt ze, nog voordat ik iets heb kunnen zeggen. “Je weet toch dat mama dat niet wil? Gooi die nou maar weg!” Geschrokken laat ik de bloem vallen. “Kom, we gaan weer naar huis,” zegt ze en ze legt de madeliefjes en de kettingen die ze ervan hebben gemaakt, zorgvuldig in haar fietstasje. Die nemen we mee. De paardenbloem natuurlijk niet. Die ligt ergens in het grasveldje op de grond en is dus weg. Maar toch niet: als ik achterop de fiets zit en mijn ogen dichtdoe, zie ik hem nog zó voor me. Stralend van kleur en licht.
En nog steeds kan ik hem zien. En ook nog steeds speelt voor mij de vraag hoe ik de wereld zie.

foto’s: Riekje Boswijk

29 reacties op “De paardenbloem”

  1. Ik ben nu niet op de uitgeverij – jammer voor jou, want wellicht wacht daar een mooie paardenbloem op je…

    1. Ik zit alleen aan de keukentafel. Het is Pasen. Mijn hoofd vol stemmetjes en verhalen. Wat is waar? Ik geniet van het lezen van je blog…
      Ik zie de paardebloem en de zon voor me.

  2. wat een mooie impressie, jij in dat veld met die bloemen en hoe heerlijk het is om alleen te zijn met alleen natuur om je heen. Speenkruid langs de sloot, kan ik ook zo van genieten en een boeket boterbloemen met fluitekruid. Komt er allemaal weer aan! Vrolijk Pasen Riekje!
    Liefs, Nelleke

    1. Speenkruid heb ik ook heel veel geplukt. Zulke prachtige gele sterretjes! En ook al zo vroeg in de lente. Ja, alles komt er weer aan, ik verheug me erop.

  3. Prachtig inspirerend op mijn leven.
    Dankjewel.
    Ik ga t voor mijzelf toepassen… Hoe zie ÍK de dingen, de wereld?
    “Even” weer alle ideeën van anderen los laten.

    1. Dat gaat je vast veel opleveren, want wat zitten we toch allemaal vol met ideeën en opvattingen van anderen. Ik wens je veel ‘ik-visie’ toe!

  4. Lieve Riekje,
    Echt een verlichtings moment. Mooi zoals je het beschrijft! Ik geniet iedere iedere zondag van je blog.
    Een hele fijne Pasen.
    Liefs Alma

    1. Ja, ik beschouw het ook als een mini- verlichtingsmoment. Heel kort, maar ook heel scherp en vooral kostbaar.
      Fijn, te weten dat je mijn blogs graag leest.

    1. Ja, zeker in deze tijd, waarin we worden overspoeld met ideeën en opvattingen van anderen is het vaak moeilijk om je even los te te maken na te gaan wat je eigen mening en ervaring is.

  5. Mooi….dank je wel Riekje. Je verhaal inspireert me. Morgen ga ik ook weer eens uitgebreid en zonder oordeel een bloem bestuderen. Lieve groet, Alice

  6. Wat mooi dat je al zo jong ” door je eigen ogen” kon kijken.
    Een geschenk! En diepe ervaring, die je blijkbaar nog steeds kunt beleven. Het licht straalt door je woorden heen. Dankjewel

    1. Je schrijft dat het licht door mijn woorden heen straalt en dat vind ik zo’n groot compliment dat ik er van ga blozen. Want zoiets was wel mijn bedoeling.
      Ik denk trouwens, dat juist jonge kinderen met ‘hun eigen ogen’ kijken en dat ik die kinderogen nog net even kon ervaren op mijn negende.

  7. Marijke Bijleveld

    Wat een mooi stukje ! Dankjewel voor deze juweeltjes ! Je kunt het zo goed verwoorden….Gister vroeg mijn vriendin : ‘wat betekent Pasen voor jou?’ En een van de antwoorden was : de kleur geel!

    1. Ja, voor mij is pasen ook geel. Zou dat te maken hebben met gele kuikentjes? Of is het omdat er zoveel gele voorjaarsbloemen zijn? Hoe dan ook, ik vind geel een heldere en vrolijke kleur.

  8. Wat een levendig en diepzinnig beeld schets je daar uit jouw herinnering. Die vieze vlekken veroorzakende paardenbloem is in deze paasdagen wederom opgestaan.

  9. Ach lief mens, weer schitterend en weer herkenbaar.
    Ik had de verwondering ooit als volwassene met:….. een madeliefje

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *