De innerlijke trooster

Nog even terug naar mijn vorige blog over hulp en troost. Ik schrijf daar: ‘Behalve hulp, heb je ook troost nodig.’ Dat is simpel gezegd, maar voor veel mensen is het helemaal niet zo simpel om zich te laten troosten. Ik zal proberen om in het korte bestek van een blog uit te leggen waarom.

Als er iets gebeurt wat pijn doet, krimpt je hart als het ware ineen van schrik en pijn. Er ontstaat een wat ik in mijn boek De reis van het gewaarzijn noem: kramp van pijn rondom het hart.
Deze pijn durven mensen meestal niet te voelen. Ze ontkennen hem domweg door de dingen tegen zichzelf te zeggen die vroeger ook tegen hen werden gezegd wanneer ze pijn hadden of verdrietig waren: “Stel je niet aan. Zo erg is het toch niet? Bewaar je tranen voor later” en dergelijke.*) De inprenting van vroeger is een innerlijke overtuiging geworden.
Het effect hiervan is dat alle pogingen om hen te troosten op deze overtuiging stuiten en worden weggewerkt met woorden in de trant van: “Ach, zo erg was het toch niet? Het leven gaat door. Ik berust er maar in.”

Degenen die hadden willen troosten voelen zich na dergelijke opmerkingen vaak teleurgesteld. Ze hadden zich erop ingesteld om de emoties van de ander aan te horen en hadden gehoopt iets voor de ander te kunnen betekenen, maar ze krijgen een vrij verstandelijke mededeling te horen: “Het gaat wel weer”. Dat voelt als een afwijzing, maar het maakt hen ook onmachtig. Ze kunnen niets doen voor de ander. De ander zal zich zeker niet getroost voelen. 

Want je voelt je pas getroost wanneer je je hart weer voelt. En dat lukt nou net niet, vanwege die kramp van pijn rondom je hart. De vraag is dus hoe je je hart weer kunt bereiken. Hoe passeer je die kramp van pijn? In feite heel simpel, al is simpel ook hier niet gemakkelijk: door de pijn van die kramp te erkennen en werkelijk aandacht te geven. 
Door te voelen dus. Wat gebeurde er? Hoeveel pijn deed dat? Hoe is het om die pijn te voelen? 
In feite is dat het enige wat er te doen staat: je aandacht naar binnen richten en je pijn voelen.
Want als de pijn werkelijk aandacht krijgt en wordt gevoeld, zal er verdriet ontstaan en om dat verdriet gaat het. Als dat er mag zijn, als er er gehuild mag worden, als er tranen mogen komen, ontspant de kramp. De pijn van de kramp stroomt dan als het ware weg. Het wordt weggevoerd door de tranen. Ik noem verdriet hierom graag ‘stromende pijn’. **)
Als de kramp is ontspannen wordt het hart weer bereikbaar en dat is belangrijk, want vanuit het hart is het mogelijk om de pijnlijke gebeurtenis met andere, misschien vergevingsgezindere, ogen te bekijken of een pijnlijke situatie te aanvaarden, wat iets heel anders is dan er in berusten.

Je laten troosten is: je verdriet voelen en delen met iemand die er open aandacht voor heeft. Veel mensen ervaren ook troost als ze hun tranen laten stromen bij bijvoorbeeld mooie muziek, of in een mooi landschap.
Troosten is: het verdriet van iemand aanhoren en opvangen.

Nogmaals: de meeste mensen zijn bang voor hun pijn. “Als ik dit verdriet toelaat, dan verzuip ik er in” wordt vaak gezegd. Maar in alle therapie-sessies waarin ik mensen heb ondersteund in hun soms diepe en intense verdriet, lieten mensen weten dat ze zich na zo’n huilbui niet alleen getroost, maar ook opgelucht, ontspannen en rustig voelden. Logisch: de kramp van de pijn was opgelost en het hart was weer voelbaar.

Het gaat er dus om je pijn te erkennen en te doorvoelen. Dat wil zeggen: het gaat erom je overtuiging dat ‘het allemaal maar aanstellerij is’ op te heffen. 


En daar zit de crux: dat moet je zelf doen. Mensen kunnen nog zo welgemeend tegen je zeggen dat het allemaal heel erg is wat je is overkomen, maar dat zul je niet geloven zolang je zelf vindt dat je je aanstelt.
Een innerlijke overtuiging kun je alleen maar kwijtraken door hem zélf op te heffen. 

Hoe doe je dat? 
Om te beginnen moet je je natuurlijk bewust worden van deze overtuiging. Je moet jezelf er als het ware op betrappen dat je op de loop gaat voor je verdriet. Maar dan? Stel, dat je je realiseert dat je jezelf regelmatig uitmaakt voor een aansteller. Hoe werk je zo’n stem weg? 

In therapeutische sessies deden we dat altijd door twee stoelen tegenover elkaar te zetten en cliënten te vragen om beurtelings op een van beide  stoelen gaan zitten. De ene stoel vertegenwoordigde de pijn die ze voelden en de andere de boodschap dat je je niet mag aanstellen en vooral flink moet zijn. (Vaak nam die overtuiging de gedaante aan van een strenge vader of moeder.)
Vervolgens vroegen we hen vanaf de twee verschillende standpunten een dialoog met elkaar aan te gaan. Dus op de ene stoel was het:”Au, het doet me zo zeer, ik heb zoveel pijn” en op de andere: “Stel je niet aan, maak niet zo’n drama.”
Op deze manier werd expliciet en concreet zichtbaar gemaakt wat er zich in hun innerlijk afspeelde: er was pijn aan de ene kant en afwijzing van die pijn aan de andere kant.

Zo’n gesprek tussen de beide stemmen duurde in de regel nooit heel lang. De afwijzende stem verzachtte meestal vrij snel en maakte dan plaats voor erkenning. De strenge ouderfiguur werd vriendelijker. Tijdens de dialoog zat dan op de ene stoel nog steeds de persoon die zei: “Ik heb zoveel pijn” maar op de andere stoel zat een heel andere persoon; iemand die zei: “Ik zie het, ach wat erg, ik heb met je te doen.” 
Vaak eindigde zo’n gesprek in een omhelzing, kon er eindelijk gehuild worden en was het hart weer open en toegankelijk.

In mijn boek Troost noem ik deze vriendelijke stem: ‘de innerlijke trooster’. Deze innerlijke trooster is van cruciaal belang, want het is afhankelijk van zijn aan- of afwezigheid of je troost kunt ontvangen of niet. Zolang er op de stoel tegenover de pijn nog een afwijzende stem zit, zul je geen troost kunnen ontvangen. Van niemand. Alleen als deze innerlijke trooster aanwezig is kun je troost ontvangen. Zeker zo belangrijk als een vriendelijke en aandachtig luisterende trooster buiten je, is je eigen innerlijke trooster: je bereidheid en je vermogen om pijn toe te laten.

*) Een cliënt van ons vertelde dat haar moeder haar op het hart had gedrukt: “Bewaar je tranen voor later, voor als er iets gebeurt dat wérkelijk erg is.” Zij zei dit, toen ze vertelde dat er ooit een baby van haar vlak na de geboorte was gestorven en dat zij toen niet durfde te huilen omdat ze zich afvroeg of dit wel erg genoeg was om haar tranen de vrije loop te mogen laten. Ik was hierdoor werkelijk geschokt. Het gigantische verdriet na het overlijden van de pasgeboren baby, werd door deze overtuiging gestagneerd. Zó krachtig kunnen dergelijke overtuigingen kennelijk zijn!

**) Wetenschappelijk gezien is er nogal wat onenigheid over het nut en de functie van huilen. Algemeen wordt aangenomen dat tranen dienen om troost en hulp te mobiliseren. Maar er wordt ook beweerd dat er stresshormonen worden afgevoerd door tranen en dat huilen mogelijk de afgifte van oxytocine of endogene opioïden stimuleert. Dat zou de stemming verbeteren en de pijngevoeligheid verlagen.

12 reacties op “De innerlijke trooster”

  1. Dank je wel Riekje, heel mooi en verhelderend blog! Maakt heel mooi duidelijk hoe we onze eigen heling tegen houden en hoe we die op kunnen lossen. En daarna pas in de buitenwereld,

    1. Mooi gezegd: je eigen heling tegenhouden. Inderdaad is dat wat er gebeurt. Het begint ermee dat je jezelf en je eigen verdriet accepteert.

  2. Dankjewel voor je woorden. Door alles wat er gebeurd is in mijn leven ben ik in een harnas gekropen. Ik wist dat niet tot een vriendin mij erop aansprak . Door therapie ben ik bezig uit dat harnas te komen en besef dat ik onaanraakbaar was voor mensen. Alleen de natuur, muziek en literatuur konden mij raken. Nu uit het harnas ben ik weer gaan voelen en ben me weer aan het openen. Wat er de laatste tijd aan het gebeuren is is overweldigend. Ik ontmoet weer mensen. Ik vertel mijn verhaal, mensen vertellen hun verhaal. Ik begin weer te voelen……….heerlijk.

    1. Mooi, dat je ondanks je harnas toch nog aangeraakt kon worden door natuur, muziek en literatuur. Maar wat een winst dat je je nu ook kunt openen voor mensen. Ik word helemaal blij van je blog, want het is me nogal wat: een harnas uittrekken en weer gaan voelen. Gefeliciteerd met je nieuwe leven!

  3. Lieve Riekje,

    Dankjewel voor deze uitleg, blog.

    Voor mijzelf heilzaam ook.
    En vooral in het contact met mn ouders wellicht een opening die ik zoek nu. Mijn moeder heeft dit erg sterk.
    Sterk willen zijn. Althans tonen te zijn.
    En ik weet, het antwoord zit ook in mij. Wanneer ik maar bij mijzelf, in mijn hart kan zijn in het contact. En ik dit zelfde patroon in mij mag zien.
    Maar dit zal wellicht een opening voor ons kunnen bieden.

    Dankjewel.

    1. Ja, ‘zo vader zo zoon’ en ook ‘zo moeder zo zoon.’
      Mooi, dat je dit patroon in ieder geval ziet, want dat zal maken dat je vergevingsgezinder met je moeder om zult kunnen gaan. Ik durf trouwens te wedden dat ze, onder haar sterke imago, je liefde wel voelt en in zich opneemt, al laat ze er misschien niets van zien.

  4. Ik herken mezelf in deze tekst.
    Het geeft helder weer waarom ik zelf wel eens het gevoel had, niet goed bij mijn emoties te kunnen komen.
    Je hebt me geleerd stil te gaan staan, luisteren, contact maken met mijn hart.
    Dankjewel
    Meer luisteren naar mijn binnenste. Mijn hart.
    Dankjewl

    1. En ik dank jou wel.
      Want te horen dat ik je met mijn blog iets heb kunnen geven waar je mee vooruit kunt, doet me heel veel. Maakt me dankbaar.

    1. Ja, wat is dat toch heilzaam hè, als je gewoon mag voelen wat er is en dat ook nog mag laten zijn in al zijn hevigheid. Wat doet dat veel voor jezelf, maar wat geeft dat ook veel begrip voor anderen.

  5. Jammergenoeg bestaat er geen troost-les op de basisschool. Je blogs zijn zo herkenbaar, ik kreeg -alweer lang geleden- veel miskramen en tot slot geen eigen kinderen. Nu heeft mijn man de ziekte van Parkinson en ik kom dezelfde patronen tegen. Wat ik vooral herken is:
    – dat ik intussen zelf gelukkig wel met verdriet en gemis weet om te gaan wat ik destijds echt niet kon. Mijn pijn delen en troost ontvangen; ik kon het allebei niet. Dat heb ik met vallen en opstaan geleerd en daar ben ik blij mee.
    – Wat ik nog steeds als hetzelfde ervaar is dat anderen zo’n onomkeerbaar verlies van zwangerschap of gezondheid lastig vinden. Toen hoorde ik vaak ‘jullie zijn nog jong’, ‘je kunt ook adopteren’, ‘kinderen zijn ook handenbindertjes hoor’, enz… Nu hoor ik ‘gelukkig tennist je man nog (dat is allang niet meer zo)’, ‘hij loopt toch mooi rechtop’, ‘koop dan een driewielerfiets’, enz…

    Kennelijk is het voor mensen lastig om de ander eenvoudigweg te troosten, te luisteren totdat er verbaal en non-verbaal een punt staat. Zonder te adviseren, op te beuren, te bagatelliseren of te dramatiseren.
    ‘Fijn’ mag in de etalage en pijn moet achter gesloten deuren in het magazijn.
    Gelukkig is het niet meer zo’n taboe en is er in de loop der jaren veel ten gunste veranderd op het gebied van gevoelens toelaten en delen. En in geval van troost-nood is er altijd nog ‘Maria van AltijdDurendeBijstand’
    Dankjewel weer Riekje, je moedigt me met je mooie blogs aan om hier zelf alert op te zijn naar anderen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.