Abortus

Nu er weer zoveel te doen is rondom abortus wil ik graag de blog te schrijven die me te binnen schoot, toen ik de indrukwekkende documentaire ‘Overtijd’ zag, waarin drie vrouwen vertellen over de abortus die ze hebben ondergaan. (23 juni, NPO3)
Hun verhalen komen in grote trekken met elkaar overeen in die zin, dat ze alle drie laten weten dat ze er lang over hebben nagedacht, overleg hebben gepleegd met vrienden, ouders, familie, de betrokken vriend of partner, maar dat ze uiteindelijk voor hun gevoel het besluit toch echt zélf hebben genomen. Eén van de vrouwen vertelt dat ze op de avond voor de dag van de abortus een brief naar het ongeboren kindje in haar buik heeft geschreven en dat haar dat, hoewel ze tijdens het schrijven een diep verdriet voelde, naderhand ook een gevoel van opluchting gaf.
Als er één ding duidelijk wordt in de documentaire, dan is het wel dat het hele gebeuren de vrouwen heel erg aan het hart is gegaan. Maar ook, dat ze het achter zich hebben gelaten. Ze hebben het verwerkt.

Deze documentaire herinnerde me eraan dat ik verschillende keren heb gewerkt met vrouwen die een abortus hadden ondergaan. Zij waren er echter, anders dan de vrouwen in de documentaire, níet mee klaar. Ze dachten er nog vaak aan of voelden zich schuldig. Een goede reden om er een sessie aan te wijden. 
Ik realiseer me dat ik in een blog op geen stukken na kan weergeven van wat er zich tijdens die sessies afspeelde en wat mijn inbreng was. Ook waren ze natuurlijk allemaal verschillend.
Toch vind ik het de moeite waard om er een globaal beeld van te geven, omdat de sessies zoveel indruk op me maakten en ook, omdat ze de verwerking van de abortus heel erg ten goede kwamen.

Het was eigenlijk heel simpel wat ik tijdens die sessies deed. Ik vroeg de vrouwen om een stapje verder te gaan dan de vrouw in de documentaire die een brief schreef aan haar ongeboren kindje: ik vroeg hen om het kindje te visualiseren en er tegen te praten. Omdat ik altijd Gestalt-matig werkte met stoelen, kussens en dialogen, vroeg ik de vrouwen om zich voor te stellen dat het kindje op de stoel tegenover hen zat. Een kussentje op die stoel representeerde het.
Dat lukte vrijwel altijd zonder al teveel moeite. (Alle vrouwen waren gewend om op deze manier te werken en ik had meestal wat ‘voorwerk’ gedaan, waardoor het gemakkelijker werd. Dat ‘voorwerk’ heb ik hier niet beschreven.)

De gevisualiseerde kindjes zagen er heel verschillend uit. De ene keer had het de gedaante van een klein foetusje, een andere keer was het een pasgeboren baby, vaker verscheen er een soort licht; een stralende ‘aanwezigheid’. Het was voor alle vrouwen zonder uitzondering heel aangrijpend om dit te zien. Ze voelden er vrijwel ogenblikkelijk contact mee en als ik hen vroeg om dat contact om te zetten in een gebaar, pakten ze het kussentje soms op en drukten het tegen zich aan. Soms ook lieten ze het kussentje op de stoel liggen, maar raakten ze het liefdevol aan, of ze streelden het. Vaak zeiden ze iets in de trant van: “Wat ben je lief.” Een intens gevoel van houden-van werd dan voelbaar. Heel ontroerend.

Maar hoe groot en intens het gevoel van liefde ook was en hoe lang het ook duurde, na verloop van tijd ontstond er in de vrouwen toch altijd langzaam maar zeker het besef: “Maar het kón niet. Écht niet.” Het kindje mocht niet blijven. Toen niet en ook nu weer niet. Het kussentje werd teruggelegd, de hand werd weggetrokken en dan volgden alle argumenten, alle redenen voor de abortus: er waren medische risico’s, er was geen ruimte, de relatie was stukgelopen, het was te zwaar, de tijd was er niet rijp voor, wat ook maar. Stuk voor stuk verontschuldigingen tegenover het kindje dat zoveel onrecht was aangedaan. Dat alles, vergezeld van de tranen van de pijn die het had gedaan om de beslissing te nemen en uit te voeren. 

Uiteindelijk was er, als alle argumenten en redenen waren uitgesproken, alleen nog maar deze pijn. Deze scherpe pijn, die zich een weg naar buiten baande als een ontembaar krachtige stroom verdriet, een onbedaarlijk huilen. Zó erg, zó pijnlijk, zó verschrikkelijk was het geweest. Zo pijnlijk voelde het. Ook nu weer. 


Dit verdriet en dit huilen was voor mij altijd moeilijk om aan te zien, omdat het zo hartverscheurend was, maar tegelijkertijd verwelkomde ik het. Want het ging mij erom dat dit diepe, alles overweldigende, existentiële verdriet werd ‘uitgehuild’. 
Ik liet het daarom altijd voluit bestaan. Ik deed geen enkele poging om te troosten of de pijn te verzachten. Integendeel, ik beaamde het huilen en de pijn volledig. “Ja, het was verschrikkelijk. Ja, het deed pijn. Ja, het doet nog steeds pijn. Huil maar.” Ik hielp de vrouwen om zich volledig aan hun verdriet over te geven, omdat zij op deze manier hun innerlijke rust weer konden bereiken. De rust, die zich openbaart wanneer alles is gezegd en opgebiecht. Wanneer alle tranen zijn uitgehuild. Wanneer er niets meer is. Alleen nog maar stilte, rust. *)

En dan vroeg ik de vrouwen om vanuit deze rust nog eens naar het kindje tegenover hen te kijken. Hoe keek het naar hen? Wat straalde het uit? Zei het misschien iets?
Zonder uitzondering waren de kindjes de vrouwen goed gezind. Als het echte babytjes waren keken ze vriendelijk, glimlachten ze zelfs, als het lichten waren, gloeiden ze warm en vredig. Vaak hoorden of voelden de vrouwen boodschappen in de trant van: “Ik begrijp het. Het is goed. Ik heb er vrede mee.”
Deze beelden en boodschappen waren ronduit bevrijdend voor de vrouwen. Ze voelden een last van zich af vallen en konden de kindjes in vrede loslaten.
Tenslotte vervluchtigden de beelden en keerden de vrouwen terug uit hun visualisatie naar de dagelijkse wereld; het hier en nu met mij in de therapiekamer.

Alle vrouwen lieten weten dat ze zich hierna veel rustiger voelden. Het snijdende schuldgevoel was verdwenen en de steeds weerkerende innerlijke twijfel was gestopt. Daarvoor in de plaats was de rust van vergeving ontstaan. Want in feite was dat wat er was gebeurd: de vrouwen voelden zich vergeven. Door hun eigen ongeboren kind.

*) In mijn boek ‘De reis van het gewaarzijn’ beschrijf ik deze overgang van wat ik daar noem ‘de dimensie van het hart’ naar ‘de dimensie van de ziel’ heel gedetailleerd in hoofdstuk 7 van deel 2.

18 reacties op “Abortus”

    1. Het is voor Jan en mij altijd heel fijn te weten dat we zoveel mensen op deze manier hebben opgeleid. En dat ons werk op zo’n mooie manier wordt voortgezet in het Boswijk Instituut! Daar zijn wij dan weer heel dankbaar voor.

  1. Lieve Riekje, wat een bijzonder verhaal en ervaringen weer. Een oude herinnering plopte, als een opborrelende lang in de bodem vastzittende luchtbel, bij mij naar boven. Er zijn van die gebeurtenissen waarmee je bij tijd en wijle mee blijft worstelen ook al was de afstand wat groter. Jouw verhaal is prachtig omdat je daadwerkelijk handen en voeten hebt kunnen geven aan het verwerkingsproces.

    1. Wat mooi geformuleerd: een vastzittende luchtbel die omhoog kwam borrelen. Ik ken dat; oude kwesties die soms nog jarenlang om verwerking vragen. Fijn, dat deze blog je daarmee hielp.

  2. Riekje, wat mooi hoe je beschrijft en gewerkt hebt met deze moeders. Het voelt heel goed en gaat diep hie he hiermee gewerkt hebt. Als baby en oudertherapeut vanuit de pre en perinatale psychologie kom ik moeders tegen die hiermee te naken hebben gehad in het verleden en ik merk dat de baby’s die in de baarmoeder komen waar dit gebeurd is vaak moeite hebben gehad met de innesteling. Dit zie je terug in het onrustige gedrag van de baby later. Ik ga dan ook met deze moeders in gesprek terwijl de baby mee luistert. Zonodig ga ik een aparte sessie met de moeder aan.

    1. Even voor de duidelijkheid: bedoel je een zwangerschap na een eerdere abortus?
      Bijzonder, dat je met de moeder in gesprek gaat terwijl de baby meeluistert. Ik ben ervan overtuigd dat dat heilzaam kan zijn.
      Ik heb vroeger ook wel eens traumatische bevallingen uitgewerkt met moeders en dat had vaak ook indirect invloed op de baby.

  3. Zondag van de Gedachtenis der Overledenen. Ik ga voor in een kerkdienst maar lees eerst je blog over “abortus”. Ik word diep geraakt door de wijze waarop je met de vrouwen/je cliënten om gaat. Ik ken de Gestalttechniek. Maar het is alsof ik op dat moment zit tegenover mijn overleden echtgenote. Overigens niet voor het eerst op deze wijze. Maar ook na bijna 5 jaar, kan het verdriet nog in diepe heftigheid de kop opsteken.
    Ik neem mijn gevoelens mee de kerkdienst in. En gedenk mijn overleden geliefde. Het doet mij goed. Ook in het besef dat ik nog met het verwerken van mijn verlies niet klaar ben.

    1. Wat bijzonder te weten dat je zoveel ervaren hebt bij het lezen van mijn blog en dat je de gevoelens die je ervoer, mee hebt genomen in de kerkdienst. Wat zal dat een mooie dienst zijn geweest!
      Veel dank voor je openhartige reactie. Het stemt me dankbaar op deze manier iets te kunnen betekenen.

  4. dank Riekje, ik kan veel zeggen maar laat het bij: Jan en Riekje, Gestalt, 3 abortussen van eigen baby’s
    ” wat een heerlijk leven heb ik gehad en heb ik nog steeds”.

  5. Ik kan me nog herinneren een sessie van een van mijn groepsgenoten in de opleiding.
    Zij had 6 of 7 miskramen achter de rug. Geen abortus, maar wel het gemis en verdriet.
    De sessie staat me nog glashelder voor de geest.
    Heel indrukwekkend en ontroerend om te zien hoe deze sessie haar heelde!

    1. Oh, ja. wat mooi voor die vrouw. En jouw glasheldere herinnering aan die sessie laat zien dat je voor 100% aanwezig was.
      Ik herinner me deze sessie niet meer, maar ik herinner me nog wel een sessie van een vrouw die geen kinderen had gehad, maar wel een miskraam. Zij was heel blij om zich de moeder te voelen van haar ongeboren kind. Voor haar was dat een complete ommekeer in haar gevoel over die miskraam. Ik leerde ervan hoe belangrijk het kan zijn om je ‘moeder’ te kunnen voelen.

  6. Rebekka Roozendaal

    Wat mooi om je betrokken, liefdevolle begeleiding ook in deze blog te lezen. En de ruimte die daarin is voor het contact, voor het verdriet en voor de verbinding.

    Ik begeleid nu vier jaar gespreksgroepen voor vrouwen die voor een abortus hebben gekozen, en via Beate weet je ook van de theatervoorstellingen die ik met ervaringsdeskundigen hierover maak.

    Ik heb moeite met de invulling van het woord “kindje”. Ik weet hoe verschillend vrouwen dat wat er in hen groeide kunnen ervaren. Gisteravond gebruikte een vrouw in mijn gespreksgroep het begrip “kindje”. En dat was ontroerend omdat het dat op dat moment voor het eerst voor haar was. Voor mij als gespreksleider is dat het moment om aan de vrouwen te vragen hoe ze dat wat er in hen groeide benoemen. En dan komt altijd weer naar voren dat de definitie van kindje voor sommige vrouwen een te vast label is. Een potentieel kindje, een ziel, een vonkje licht, een ontkiemend zaadje, een aanwezigheid zijn beschrijvingen die soms zoveel meer bij hun beleving aansluiten. Waar wel verbinding mee kan worden gemaakt als label ervaren woord kindje vervreemd. Als ik geen ruimte maak in de groep waarin de vrouwen zelf mogen benoemen wat het voor hen is, dan creëert dat afstand.

    De zin waar ik in deze context het meest moeite mee heb is: Stuk voor stuk verontschuldigingen tegenover het kindje dat zoveel onrecht was aangedaan.
    Er zijn zeker vrouwen die dat zo ervaren, maar ook hierin zijn zoveel verschillen in de beleving van of dat wat er in hen groeide onrecht is aangedaan. Vrouwen kunnen bijvoorbeeld ook heel sterk in de verbinding ervaren dat dat wat er in hen groeide ook (nog) geen verlangen naar het leven was. Dat het er bv. alleen voor even wilde zijn.

    Ik zou het jammer vinden als deze betekenisgeving maakt dat sommige vrouwen zich niet (meer) vrij zouden voelen om naar je toe te komen. Want het is zo een mooie en waardevolle manier van werken. En er zijn zoveel vrouwen die moeite hebben met het vinden van deskundige hulpverleners die echt ruimte kunnen maken voor hun ervaring. Dat maakt extra eenzaam.

    In “de abortuswereld” wordt daarom vaak voor een open omschrijving gekozen. En van al die omschrijvingen vind ik zelf “dat wat er in je groeide” de mooiste. Ik heb hem van mijn collega Kiki overgenomen. Zij gebruikt die omschrijving ook in haar verhaal in de documentaire overtijd.

    1. Dank voor je uitgebreide reactie.
      Ik begrijp je probleem met het woord ‘kindje’. Ik heb dat zelf ook. Ik heb lang over nagedacht (en met Jan overlegd) welk woord ik zou gebruiken. Zeker voor vrouwen die alleen maar een licht zagen, was het woord ‘kindje’ niet op zijn plaats. Om stilistische redenen vond ik de uitdrukking ‘dat wat er in je groeide’ niet geschikt en koos ik voor het kortere ‘kindje’.
      In de sessies die ik begeleidde, kozen vrouwen zelf het woord of de uitdrukking die ze geschikt vonden. Voor mij is dat vanzelfsprekend, zoals iedere emotie of ervaring er mag zijn, maar binnen het korte bestek van een blog heb ik ervoor gekozen om dit punt niet uitgebreider te benadrukken.
      Zo ook, heb ik geen aandacht kunnen geven aan vrouwen die ervoeren dat wat er in het groeide niet langer wilde blijven. Ook dat was inderdaad soms het geval en ook dat was verdrietig.
      Ikzelf werk niet meer met cliënten, maar ik zal je opmerkingen meenemen naar de Opleiding Transpersoonlijke Therapie die in het Boswijk Instituut wordt gegeven en waar ik nog gastcolleges geef.
      Nogmaals dank dus.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.